Het aangaan van de arbeidsovereenkomst

Werving en selectie
Voorafgaand aan het tot stand brengen van een arbeidsovereenkomst vindt het proces van werving en selectie plaats. Daarin ontmoeten de vraag van arbeidsorganisaties en het aanbod van arbeid elkaar. Het doel van de selectie is een zodanige bezetting van een arbeidsplaats dat deze zowel door de sollicitant als door de arbeidsorganisatie positief wordt gewaardeerd. Binnen arbeidsorganisaties bestaat er een veelheid van functies met heel verschillende taak-inhouden.

Ook individuen die hun arbeid aanbieden, verschillen in capaciteiten, opleiding en ervaring. Het beroep dat een arbeidsorganisatie doet op het arbeidsaanbod is dan ook niet gericht op het totale arbeidsaanbod. Er wordt gezocht naar personen met bepaalde kwaliteiten, die aansluiten bij de vereisten van de functie. Dit gebeurt in het selectieproces. Het uiteindelijke doel van beide betrokken partijen, de sollicitant en de aspirant-werkgever, is het afsluiten van een arbeidsovereenkomst.” Of het wenselijk is dat zij die overeenkomst aangaan is afhankelijk van de informatie die zij over en weer uitwisselen.

Zowel de aspirant-werkgever als de sollicitant hebben informatie nodig om tot een verantwoorde beslissing te komen.” In de praktijk betekent dit echter vaak dat het accent in de sollicitatieprocedure ligt op het verschaffen van informatie door de sollicitant over zichzelf. Hoe men het ook draait, wendt of keert, in de selectieprocedure is de sollicitant de (economisch) zwakkere partij.

Maar daar moet dan wel bij worden aangetekend, dat zijn positie voor een deel ook wordt bepaald door de situatie op de arbeidsmarkt. Bij een sterke arbeidsmarktpositie kan een sollicitant zich meer veroorloven dan bij een slappe arbeidsmarkt. Na deze wat algemene beschouwing rond werving en selectie worden nu in het kort de posities van beide partijen, de aspirant-werkgever en de sollicitant, geschetst.

De aspirant-werkgever
De aspirant-werkgever heeft een alleszins redelijk belang; hij wil namelijk die sollicitant selecteren die naar zijn idee het meest geschikt is voor de te vervullen vacature. Nu zijn er aanbevelingen’ en codes tot stand gebracht”, die een leidraad moeten vormen bij het tot stand brengen van doelmatige en zorgvuldige wervings- en selectieprocedures in ondernemingen. De rol van de overheid bij de bescherming van de sollicitant is als volgt.’

Het uitgangspunt is dat het onderwerp werving en selectie in eerste instantie tot de verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers behoort. In dat licht bezien kan de wet- en regelgeving beperkt blijven tot die situaties waar fundamentele waarden in het geding zijn en waarvan de bescherming niet kan worden overgelaten aan de partijen in kwestie. Concreet gaat het dan om wetgeving op het terrein van de medische keuringen (zie onderdeel Wet op de medische keuringen) en van de gelijke behandeling, bijvoorbeeld op grond van handicap of chronische ziekte of geslacht.

Daarnaast staan de sollicitant nog de gebruikelijke rechtsmiddelen ter beschikking. Zo kan hij een beroep doen op een onrechtmatige daad van de werkgever (art. 6:162 BW) als er sprake is van aantasting van zijn privacy. De kans dat een dergelijk beroep slaagt, moet niet al te hoog worden ingeschat. Hij moet namelijk bewijzen dat hij (immateriële) schade heeft geleden als gevolg van het handelen van de werkgever, maar dat niet alleen: hij moet ook de rechter ervan overtuigen dat er sprake is van een schending van de privacy. Dat laatste is wel eenvoudiger als de werkgever bepaalde normen die zijn vastgelegd in een voor hem geldende gedragscode heeft geschonden.